Asociale media
Nederland verhardt zienderogen. Verhoudingen worden giftiger, en social media gooit alleen maar meer olie op het vuur. Het haalt het slechtste in mensen naar boven. Toetsenbordridders denken dat alles mag: schelden, bedreigen, anderen kapotmaken. Alles voor aandacht, alles voor likes.
Ik geef het eerlijk toe: ik ben zelf ook niet heilig. Ik ben behoorlijk actief op die platforms en neem geen blad voor de mond. Een scherpe opmerking of venijnige post, ik kan er nog steeds van genieten als het raak is. Maar wat we tegenwoordig zien, is geen debat meer. Dit is digitale oorlogvoering en verloedering. Grenzen worden niet verlegd; ze worden platgewalst.
In mijn beginjaren als lokale politicus kreeg ik ooit aangifte aan m'n broek vanwege een Facebookreactie op de pagina van mijn Zaanse fractie. Niet door mij geplaatst, maar door een fractiegenoot. Toch moest ik als fractievoorzitter op het politiebureau verantwoording afleggen. Omdat ik weigerde mijn collega aan te geven, veranderde ik van getuige in verdachte. Uiteindelijk werd de zaak geseponeerd na een rectificatie, het was ook niet zo heftig. Maar het leerde me één ding: online woorden hebben écht offline gevolgen.
Helaas leert bijna niemand ervan. Het wordt alleen maar erger. Beledigen is een sport geworden. Niet zomaar een uitglijder, maar doelbewust iemand raken waar het pijn doet. En zodra je een afwijkende mening hebt? Direct het label: "extreemrechts", "racist", "fascist".
Dat fascisme-label is het favoriete wapen tegen iedereen die niet meeloopt in de kudde.
Neem deze week: kersvers olympisch kampioen Jutta Leerdam werd op X uitgemaakt voor fascist. Reden? Haar verloofde Jake Paul steunt Trump, de democratisch gekozen president van de VS. Het kwam niet van een anonieme trol, maar uit linkse GroenLinks-PvdA-hoek, sommigen noemden haar ronduit "fascist op schaatsen". Erger nog: reacties als "hopelijk breekt ze haar benen" doken op. Hoe ver kun je doorslaan? Is 'links' soms een extreme vorm van mentale kortsluiting geworden?
Ik heb zelf vaak genoeg "deugkneus" geroepen, of erger. Ik ben niet heilig; ik glijd zelf ook mee in die harde toon. Maar mensen zonder gêne tot fascist bombarderen? Dat is een ander verhaal. Fascisme is geen scheldwoord voor een online ruzie; het is een historisch begrip vol onderdrukking, terreur en genocide. Ermee smijten bagatelliseert de échte wandaden en maakt het woord leeg.
Al in 1947 waarschuwde historicus Jacques Presser: "Het nieuwe fascisme zal zichzelf anti-fascisme noemen."
Die woorden raken vandaag pijnlijk dichtbij. Wie het hardst roept "tegen fascisme" te zijn, blijkt vaak het intolerantst tegenover andersdenkenden.
En ja, ik doe er zelf ook aan mee. Woorden die ik tien jaar geleden nooit zou gebruiken, rollen er nu zomaar uit.
We passen ons aan aan de giftige toon van het platform. Precies dát is het probleem: social media trekken ons allemaal naar beneden naar het laagste niveau, een race naar de bodem waar niemand beter van wordt.
Het beheren van de fractie-socials was soms pure ellende. Haatreacties verwijderen werd een dagtaak. Opvallend genoeg kwamen de meeste niet eens uit de Zaanstreek, maar van wildvreemden aan de andere kant van het land. Mensen zonder flauw benul die denken dat ze even de moraalridder mogen uithangen.
Discussie aangaan? Ho maar. Het eindigt altijd in verdraaiingen, beschuldigingen en een eindeloze stroom gif.
Wat resteert er dan? Voorlopig: verwijderen en blokkeren. Maar zolang we dat massaal doen zonder collectief grenzen te stellen, winnen de extremisten.
Misschien is het tijd om offline én online te zeggen: genoeg. Scherp discussiëren en het randje opzoeken is prima, maar de haat die je zaait wil je niet oogsten.
Verbeter de wereld en begin bij jezelf. Ja, . . . . ik moet ook vaker drie keer nadenken voordat ik op 'enter' druk.